Type: Septietank

Rijkscommissaris Seyss-Inquart vestigde zich in de zomer van 1940 op het landgoed Clingendael in het meest noordelijke stadsdeel van Den Haag. Hiermee werd Clingendael een bestuurlijk centrum voor de Duitsers in Nederland. Langs de oostkant van Clingendael werd een tankgracht gegraven, en op verschillende plaatsen kwamen wapenopstellingen te staan. In het bos ten westen van het herenhuis werd in 1941 een wachtgebouw gebouwd voor de Grüne Polizei. Verder bouwden de Duitsers verschillende bunkers, waaronder die van Seyss-Inquart, en voor de rondomverdediging waren in de nabijheid enkele Tobruks gebouwd. De belangrijkste werken waren de geschutskazematten van het type (625). Dit type bunker was in de gehele Stutzpunktgruppe met 20 exemplaren de meest voorkomende Regelbau. De werken in deze stelling verdedigden de Hauptkampflinie en de toegang tot Stutzpunkt Clingendael.

Eén van de zeven nog aanwezige ( Septietanks ), ten behoeve van de water voorraad

Deze bevond zich meestal in de nabijheid van het Badhuis. In deze tank stonden maar liefst 4 ketels opgesteld! Dit object bevindt zich langs een wandelpad, en is dus vrij te bezichtigen, net als de overige werken in dit bos. Van de nabij gelegen tankgracht is nog 1100 meter over, en ligt gesitueerd aan de oostgrens van Clingendael. De bunkers zijn onderdeel van de Atlantikwall, een meer dan vijfduizend kilometer lange verdedigingslinie.

Foto’s John Molenkamp