(History) Wie kent ze niet, een kleine groep bunkers langs de Maasdijk nabij ‘s-Gravenzande. Ze zijn voor vele de laatste zichtbare en tastbare restanten van de Duitse militaire aanwezigheid langs onze kusten. De bunkers behoren toe aan Widerstandsnest 34 H. Van hieruit kon zowel de Maasdijk als de naastgelegen tankgracht gecontroleerd worden. Het landfront waar deze locatie deel vanuit maakte was een duurzame verdediging tegen een aanval vanaf de landzijde. Het Duitse verdedigingsgebied rond Hoek van Holland, dat vanaf eind 1942 was uitgebouwd, werd een Verteidigungbereich genoemd. Dat wil zeggen, een sterk verdedigd gebied dat echter bij een eventuele aanval ondersteund moest worden door mobiele reserves die in het achterland gelegerd waren. In maart 1944 maakte Veldmaarschalk Erwin Rommel een inspectiereis langs de Nederlandse kust, en bezocht ook het in Westland gelegen ‘s-Gravenzande dat viel onder het commando van de Vesting Hoek van Holland.

” St. Type: 667 – Kleinst Schartenstand für 5 cm KwK “
The rest of the photos are still following! Under Construction.
- De scharte of ( schietopening ) met in dit geval een flankerende opstelling.
- Dit bunkertje is nog geheel intact, en graffiti vrij. Bijzonder is de ligging omdat deze nog steeds aan de oorspronkelijke tankgracht ligt.
- Ook is het door zijn ligging aan de Maasdijk misschien wel de meest geziene stelling van de Vesting.
- Voor/zijaanzicht
- Ingangszijde
- Om direct inschieten te voorkomen was deze voorzien van een gebroken ingang.
Een prima beeld van een stelling aan de tankgracht waarbij overigens de begroeiing moet worden weggedacht. Het schootsveld was immers vrij gemaakt. Dit deel van de Maasdijk werd bestreken door een kleine geschutsbunker van het type 667. Deze werd ontworpen voor de statische vaste opstelling van een tankkanon ( Kampfwagen Kanone; KwK. ) met een kaliber van 5 cm ( Kw.K. L/42 of L/60 ).

Type: 667 (bewapend met 5,5 cm geschut ).

Type: 667
Type: 667
Type: 667
Type: 667
Type: 667
Type: 667
Type: 667

Type: 667

Copyright 2021 John Molenkamp.






